Beleid

Officiëel document:Richtlijnen voor het opsporings- en strafvorderingsbeleid inzake strafbare feiten van de Opiumwet; vastgesteld op 11.09.96, inwerkingtreding op 1.10.96

Over het (gedoog)beleid ten aanzien van coffeeshops bestaat nogal wat onduidelijkheid.
Zo komt het voor dat in verschillende gemeenten in Nederland ook verschillende maatregelen worden gehanteerd ten aanzien van dit beleid.
Zo werd in 1994 in Tilburg een zogenaamd convenant coffeeshops geïntroduceerd door de toenmalige burgemeester mr. G. Ph. Brokx in samenwerking met de coffeeshophouders. Heel even leek Tilburg een eiland, tot in november 1996 de nieuwe landelijke richtlijnen van kracht werden (naar Tilburgs model) en het Tilburgse beleid hieraan werd aangepast. Dit kwam voor Tilburgse coffeeshops neer op een verscherping van de al bestaande regels en toevoeging van nieuwe, welke onder druk van o.a. het buitenland (met name Frankrijk) door de Nederlandse overheid werden samengesteld.

Direct hieraan verbonden is het zogenaamde `achterdeurbeleid`. Dit houdt in het kort in dat hasj en wiet wel verkocht mogen worden (voordeur) en de coffeeshophouder hiervoor ook belastingplichtig is, maar dat de aanvoer (achterdeur), zich nog steeds in het illegale bevindt omdat kwekers en leveranciers niet `gedoogd` worden.

Het verschil tussen soft- en harddrugs is zeer groot. In het kort komt het erop neer dat softdrugs niet (lichamelijk) verslavend zijn en hersencellen tijdelijk verdoven, terwijl harddrugs wel verslavend zijn, zowel geestelijk als lichamelijk, en hersencellen permanent afbreken! Let op: Ook alcohol valt onder de harddrugs. Vandaar de zogenaamde kater. Dit is een goede reden om alcoholverkoop in coffeeshops niet toe te staan. Ook maken deze gegevens het gemakkelijk de grens tussen soft en hard te markeren. Een grens die vervaagd was, niet door de aard van het produkt, maar doordat het allebei illegaal was. Alcohol vreemd genoeg niet, terwijl dit een van de gevaarlijkste en meest verslavende drugs is.

Overal ter wereld staat het Nederlandse drugsbeleid ter discussie. Zowel lovende als vernietigende kritieken zijn daarvan het resultaat. Meestal tonen op feiten en gedegen onderzoeken gebaseerde rapporten aan, dat het Nederlandse drugsbeleid wel degelijk zoden aan de dijk zet. Met name de scheiding tussen soft- en harddrugs blijkt een prima middel om hasj en wiet uit de criminele sfeer te krijgen en de zogenaamde `stepping stone` theorie geen kans te geven.
Dit laatste is belangrijk omdat als de softdrugs op illegale wijze verkregen moeten worden, er op een dergelijk adres vaak ook wel wat anders te koop is dan alleen maar hasj en wiet. Aangezien coffeeshops zich beperken tot de verkoop van softdrugs, wordt dit veelbesproken gevaar tot een minimum gereduceerd. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die gevoelig zijn voor de verleidingen van harddrugs en ernaar op zoek gaan, maar door die scheiding tussen hard en soft wordt de kat in elk geval niet meer op het spek gebonden. Informatie is in deze dan ook van cruciaal belang. Onwetendheid is een van de grootste gevaren bij druggebruik; verslaving (geestelijk dan wel lichamelijk) is hiervan vaak het gevolg. Een gewaarschuwd man telt voor twee. Gelukkig kunnen coffeeshopmedewerkers over het algemeen prima uitleggen waarom er een verschil tussen soft- en harddrugs gemaakt wordt, en wat de verschillen zijn.
Overigens: de tabak die in veel gevallen met hasj en wiet geconsumeerd wordt is gevaarlijker en verslavender dan de gebruikte softdrugs en is bovendien slechter voor de gezondheid. gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, gedoogbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid, achterdeurbeleid,